Waarom is het ZPM ingevoerd?
Tot eind 2021 declareerde de GGZ via DBC's: één "Diagnose Behandel Combinatie" voor een hele behandelperiode. Dat had drie problemen die in de loop van jaren steeds luider werden:
- Lange administratieve cyclus. Een DBC kon maandenlang openstaan voordat de declaratie werd ingediend, waardoor cashflow voor zorgaanbieders onvoorspelbaar was.
- Weinig transparantie voor de patiënt. Patiënten zagen pas achteraf wat hun behandeling kostte en hoe het hun eigen risico raakte.
- Beperkte differentiatie naar werkelijke zorg. Twee patiënten met dezelfde diagnose kregen vaak vergelijkbare DBC's, ongeacht of de werkelijke behandeling 3 sessies of 30 omvatte.
Het Zorgprestatiemodel is bedoeld om dit op te lossen door directe koppeling tussen geleverde zorg en declaratie: je registreert wat je doet, en dat wordt vrijwel direct een prestatie met een tarief.
Verschillen tussen DBC en ZPM
De overstap van DBC naar ZPM raakte vrijwel elk operationeel aspect van een GGZ-praktijk. De belangrijkste verschillen op een rijtje:
| Aspect | DBC (tot 2022) | ZPM (sinds 2022) |
|---|---|---|
| Eenheid van declaratie | Hele behandeltraject (DBC) | Losse prestatie (per consult of activiteit) |
| Declaratie-cyclus | Bij afsluiten DBC (vaak na maanden) | Maandelijks, kort op de zorglevering |
| Tarief-bepaling | Hoofdgroep + behandelgroep + minutenklasse | Beroep + contacttype + duur |
| Eigen risico-moment | Bij afrekening van het hele traject | Direct over de eerste prestaties van het jaar |
| Patiënt-transparantie | Pas bij eindafrekening duidelijk | Per consult zichtbaar op de nota |
| Cashflow zorgaanbieder | Onregelmatige lump sums | Continue, voorspelbaarder |
| Indirecte tijd | Verborgen binnen het DBC-tarief | Apart geregistreerd en gedeclareerd |
Voor een individueel consult is het werk vaak hetzelfde gebleven — je doet je behandeling, registreert je bevindingen, schrijft je rapportage. Het verschil zit vooral in hoe die zorg administratief wordt vertaald naar declaratie en bekostiging.
Hoe werkt een prestatie?
In het ZPM is de "prestatie" de eenheid van declaratie. Een prestatie kun je zien als een afgebakende handeling die je als behandelaar verricht. Drie elementen bepalen welke prestatie het is:
1. Het beroep van de uitvoerder
Een consult door een klinisch psycholoog heeft een ander tarief dan hetzelfde consult door een GZ-psycholoog of psychiater. Het ZPM kent een lijst beroepen met bijbehorende prestatie-categorieën. Voor elk beroep gelden andere maximumtarieven (gepubliceerd door de NZa) en zorgverzekeraar-afspraken.
2. Het type contact
ZPM onderscheidt verschillende soorten prestaties: direct patiëntcontact (intake, diagnostiek, behandelconsult), indirecte tijd (verslaglegging, overleg met huisarts, intercollegiaal overleg) en groepsbehandeling. Elk type heeft een eigen registratie- en declaratiestructuur.
3. De duur
Binnen elk type prestatie gelden tijdklassen: bijvoorbeeld een diagnostiek-consult van 30, 45, 60, 75 of 90 minuten. Het tarief schaalt mee met de duur. Geregistreerde tijd moet de werkelijk bestede tijd weerspiegelen — niet afgeronde inschattingen achteraf.
Het samenspel van die drie elementen leidt tot een specifieke prestatiecode. In een goed EPD wordt deze code automatisch afgeleid uit wat je registreert, waardoor je geen codeboek hoeft op te zoeken.
Setting 1 en setting 2 — wat is het verschil?
Het ZPM kent twee settings die bepalen welke prestatie-categorie van toepassing is:
Setting 1 — Ambulant
De meeste GGZ-behandelaars werken in setting 1: ambulante zorg waarin patiënten op afspraak naar de praktijk komen of via beeldbellen behandeld worden. Vrijgevestigde psychologen, psychiaters en GZ-psychologen vallen vrijwel altijd onder setting 1, evenals de meeste ambulante teams binnen instellingen.
Setting 2 — Verblijf
Setting 2 betreft zorg waarbij de patiënt verblijft in een GGZ-instelling — klinische opname of beschermd wonen met intensieve behandeling. De prestaties en tarieven binnen deze setting zijn anders gestructureerd om de continue beschikbaarheid van zorg en behandelteam te dekken.
Voor de meeste vrijgevestigde behandelaars en eerstelijns-praktijken is setting 1 het enige relevante kader. Instellingen die beide leveren, moeten beide registratielogica's binnen hetzelfde dossier ondersteunen.
Zorgvraagtypering
Naast prestaties introduceerde het ZPM ook zorgvraagtypering — een classificatie van de zorgvraag van de patiënt. De typering is bedoeld om over tijd inzicht te geven in welke complexiteit van zorg een aanbieder of behandelaar levert, voor monitoring en beleid op landelijk niveau.
Belangrijk: zorgvraagtypering is niet bepalend voor de declaratie. Je krijgt niet meer of minder betaald op basis van het type. Het is een aparte registratie die door de zorgverzekeraar of landelijke partijen voor monitoring wordt gebruikt. Wel is het verplicht om vast te leggen.
In de praktijk betekent dit: bij intake of evaluatie bepaal je welk zorgvraagtype past bij de patiënt, en je registreert dat in het dossier. Een goed EPD biedt de gestandaardiseerde lijst typen en koppelt deze aan het behandelplan.
Eigen risico — wat verandert er voor de patiënt?
Onder het ZPM wordt het eigen risico per kalenderjaar afgerekend op basis van de eerste prestaties van het jaar. Dat heeft een aantal praktische gevolgen voor patiënten:
- Behandeling die overloopt naar een nieuw jaar betekent een nieuwe eigen-risico-startpunt. Een traject dat in november start kan dus in januari opnieuw eigen-risico-kosten geven.
- Patiënten ontvangen kostenoverzichten veel sneller dan onder DBC's — zij weten al gauw na een sessie wat het op hun nota staat.
- Geen doorlopende DBC's meer die over jaargrenzen lopen en aan het eind worden afgerekend.
Voor zorgverleners is het belangrijk dit met patiënten te bespreken — vooral bij intake aan het einde van een kalenderjaar. Sommige patiënten kiezen voor uitstel tot januari om eigen-risico-stapeling te voorkomen.
Wat betekent het ZPM voor je EPD-software?
Het ZPM is geen losse declaratiestandaard — het raakt vrijwel elk onderdeel van een GGZ-dossier. Een EPD dat het ZPM goed ondersteunt, neemt deze last weg van de behandelaar in plaats van extra registratiewerk te vragen. Concreet:
Automatische prestatiecode-afleiding
In plaats van handmatig codes opzoeken na een consult, hoort het systeem op basis van je registratie (welk beroep, welk contacttype, hoe lang) zelf de juiste prestatie te genereren. Dat scheelt minuten per consult en voorkomt fouten die declaratie-afwijzingen veroorzaken.
VECOZO-declaratie in ZPM-format
Declaraties moeten in een specifieke structuur worden aangeleverd via VECOZO. Een EPD dat ZPM ondersteunt, regelt deze conversie automatisch — je registreert je consulten en het systeem genereert maandelijks de juiste declaratie-batch. Lees meer over hoe declareren in Heldy werkt voor verschillende financieringsstromen.
Eigen-risico-status per patiënt
Doordat het eigen risico per kalenderjaar herstart en gekoppeld is aan de eerste prestaties, is het waardevol om in het dossier te zien hoe de status van een patiënt ervoor staat. Dit helpt bij intake-gesprekken en transparantie naar de patiënt.
Zorgvraagtypering vastleggen
Het EPD moet de standaard typeringslijst aanbieden en koppelen aan het behandelplan. Idealiter zonder dat het voelt als losse administratieve verplichting — als onderdeel van de natuurlijke flow van diagnostiek en behandelplanning.
Slimme controles vooraf
Een ZPM-volwassen EPD signaleert problemen vóór declaratie: ontbrekende contacttijden, onjuiste beroep-prestatie-combinaties, of declaraties die net over een tariefdrempel heen zouden gaan. Liever een waarschuwing op het moment van registratie dan een afwijzing weken later.
Veelvoorkomende uitdagingen en fouten
Sinds de invoering in 2022 zien we vijf patronen die GGZ-behandelaars en -instellingen consistent terugmelden — en waar veel afwijzingen ontstaan:
- Cashflow-overgang in het eerste jaar. De overstap van DBC naar ZPM betekent dat declaraties vaker en in kleinere bedragen binnenkomen — beter voor planning maar in het overgangsjaar lastig voor liquiditeit. Reken erop dat het 6-12 maanden duurt voor de cashflow stabiliseert.
- Tijdregistratie-discipline. Omdat het tarief schaalt met duur, is accurate tijdregistratie belangrijker dan onder DBC's. "Afgeronde inschattingen" achteraf werken niet meer — de geregistreerde tijd moet de werkelijk bestede tijd weerspiegelen, ook bij audits.
- Beroep-prestatie-mapping fout. Niet elk beroep mag elke prestatie leveren. Een GZ-psycholoog kan andere prestaties declareren dan een psychotherapeut of verpleegkundig specialist. Bij wijzigingen in BIG-registratie of teamsamenstelling moet het EPD-systeem deze mapping bijhouden, anders krijg je systematische afwijzingen weken later.
- Indirecte tijd vergeten te registreren. Onder DBC was indirecte tijd verborgen in het tarief, onder ZPM moet je het apart bijhouden — schrijven van brieven, intercollegiaal overleg, MDO. Wie dit niet consequent registreert, mist substantieel inkomen waar wel werk voor verricht is.
- Eigen risico-communicatie aan patiënten. Patiënten kunnen schrikken van directe nota's na een eerste consult — onder DBC kwam dat pas later. Het helpt om bij intake al duidelijk te maken hoe het eigen risico onder ZPM werkt, vooral bij trajecten rond de jaarwisseling.
Conclusie
Het Zorgprestatiemodel is geen wijziging in zorginhoud — het is een verandering in hoe zorg wordt geadministreerd en bekostigd. De achterliggende gedachte is goed: snellere declaraties, transparantere kosten voor patiënten, betere koppeling tussen wat je doet en wat je ervoor krijgt. In de praktijk vraagt het wel om een EPD dat het model écht ondersteunt — niet als toegevoegde module, maar als kern van hoe het systeem werkt.
Praktische tip: bij het kiezen of evalueren van een EPD voor de GGZ is "ZPM standaard inbegrepen" een minimumeis. Vraag bij een leverancier door: hoe wordt de prestatiecode afgeleid, hoe gaan ze om met tarief-updates van de NZa, en wat gebeurt er bij een wijziging in beroepsregistratie van een teamlid? Voor een bredere keuze-checklist, lees EPD vergelijken: 8 criteria voor je praktijk.
Veelgestelde vragen
Sinds wanneer geldt het Zorgprestatiemodel?
Het Zorgprestatiemodel (ZPM) is per 1 januari 2022 ingevoerd in de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg. Het verving het systeem van DBC's (Diagnose Behandel Combinaties) en de basis-GGZ-prestaties.
Voor wie geldt het ZPM?
Het ZPM geldt voor zorgaanbieders binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) die geestelijke gezondheidszorg leveren — basis-GGZ, gespecialiseerde GGZ, en forensische zorg. Vrijgevestigden en instellingen vallen er beide onder. Voor jeugd-GGZ onder de Jeugdwet gelden andere afspraken via gemeenten (iJW).
Wat is een prestatie binnen het ZPM?
Een prestatie is een afgebakende handeling die je als zorgverlener uitvoert — bijvoorbeeld een diagnostiek-consult, een behandel-consult, of indirecte tijd zoals overleg, schrijven van brieven of intercollegiaal contact. De prestatie wordt afgeleid uit het beroep van de uitvoerder, het type contact en de duur.
Hoe wordt het tarief van een prestatie bepaald?
Het tarief hangt af van drie factoren: het beroep van de uitvoerder (bijvoorbeeld klinisch psycholoog of GZ-psycholoog), het type prestatie (diagnostiek, behandeling, indirect contact) en de duur. De NZa publiceert jaarlijks de maximumtarieven; afspraken met verzekeraars kunnen daarbinnen variëren.
Hoe werkt eigen risico onder het ZPM?
Patiënten betalen het wettelijke eigen risico over de eerste prestaties die in een behandeltraject worden geleverd. Dit verloopt per kalenderjaar — eind december start het opnieuw, ook als de behandeling doorloopt. Voor patiënten kan dit relevant zijn bij de timing van een intake.
Wat is zorgvraagtypering?
Zorgvraagtypering is een onderdeel van het ZPM waarbij je de zorgvraag van een patiënt indeelt in een type (bijvoorbeeld 'angststoornissen, mild tot matig'). Deze typering wordt gebruikt voor monitoring en beleid — niet voor declaratie. Het is bedoeld om over tijd inzicht te krijgen in welke complexiteit van zorg je levert.
Wat moet mijn EPD kunnen voor het ZPM?
Een EPD voor de GGZ moet automatisch prestatiecodes afleiden uit je registratie (beroep, contacttype, duur), declaraties via VECOZO versturen in het juiste ZPM-format, eigen-risico-status per patiënt bijhouden, en zorgvraagtypering vastleggen. Slimme controles vooraf voorkomen dat je declaraties weken later teruggestuurd krijgt.
